
Nederlander zelden op de barricades
Staken; de meeste lezers hebben het waarschijnlijk nog nooit gedaan. We hebben immers een (redelijk) robuust stelsel van sociale zekerheden en bescherming voor werknemers. Toch komt het zeker nog wel eens voor. Deze maand staakte personeel van slijterij Gall & Gall wegens een te lage loonsverhoging en halvering van de zondagstoeslag. En naar verwachting wordt er half juni weer gestaakt in het openbaar vervoer, zo liet FNV eerder weten. Toch is een stakingsgolf niet heel voorspelbaar als we naar de historie kijken.
REGIO - Stakingen in Nederland zijn zeldzaam, zeker wanneer we kijken naar Europees perspectief. In Nederland zijn er gemiddeld 15 stakingsdagen per 1.000 werknemers. In Frankrijk zijn het er 77 en in België - Europees kampioen staken - maar liefst 94. Ook in Spanje en Italië wordt relatief veel gestaakt, maar daar zijn het vaak specifieke sectoren die stakingsgevoelig zijn zoals de luchtvaart en het openbaar vervoer.
Dat Nederlandse werknemers relatief weinig staken is te danken aan onze sterke overlegcultuur; het poldermodel. Vakbonden zijn een serieuze gesprekspartner voor werkgevers en hebben ook voldoende slagkracht om concessies af te dingen.
Een groot deel van Nederlandse werknemers valt onder een CAO: de Collectieve Arbeids Overeenkomst. Hierdoor weten werkgevers én werknemers precies waar zij recht op hebben. Iedereen werkt onder gelijke voorwaarden tegen gelijke beloning.
Bovendien maakt dit het makkelijker om zo per sector met een vakbond te onderhandelen dan met individuele werknemers op bedrijfsniveau. Met deze benadering heb je dus als CAO-werknemer ook baat bij onderhandelingen die buiten je eigen bedrijf gebeuren. Want: iederéén profiteert dan mee van het onderhandelde resultaat. Als werknemer geef je een stukje individuele onderhandelingsruimte op, maar je profiteert dus wel van sectorbrede afspraken die zonder die collectieve overeenkomst waarschijnlijk niet haalbaar waren.
Historie
Onze huidige overlegcultuur en CAO-structuur weet dus veel te ondervangen. Niet verrassend was het ooit heel anders. Voor dit de norm werd, staakten ook Nederlanders geregeld. Na de Eerste Wereldoorlog volgden roerige jaren. Het waren tijden van grote economische groei, maar de werknemer profiteerde er niet echt van mee. Er werd onder meer gestreden om betere CAO-afspraken en een achturige werkdag. In 1923 en1924 waren er omvangrijke stakingen in de Twentse textielsector.
Vooral in goede tijden zijn er juist relatief veel stakingen
In de jaren '70 volgden weer grote stakingen; na een lange periode van economische groei eisen werknemers hun deel van de groter geworden koek op. Tegelijk waren er ook sociale ontwikkelingen: er kwamen meer en meer gastarbeiders die uitgebuit werden en zo de lonen onder druk zetten.
In de recente geschiedenis waren de 2010's een periode met veel stakingen. 2019 was het hoogtepunt: toen waren ruim 318.000 medewerkers betrokken bij stakingen. Ruim 90 procent van de stakers zat in de onderwijs en zorg; sectoren met een hoge werkdruk én een beloning die vaak niet in verhouding staat tot de mentale druk die werknemers ervaren. Daarnaast was er een landelijke pensioenstaking.
Vooral in goede tijden zijn er juist relatief veel stakingen
Staken of niet?
Een belangrijk punt om te maken op basis van de geschiedenis: werknemers staken doorgaans juist in periodes waar het economisch voor de wind gaat. Wanneer je veel op het nieuws ziet over economische groei en recordwinsten - terwijl je eigen loon niet omhoog gaat - dan groeit de stakingsbereidheid. Immers, ook jij als werknemer wil graag meeprofiteren van deze winsten. Jij levert immers al het daadwerkelijke werk.
Wanneer het economisch slechter gaat zie je de stakingen afnemen. Immers, de werknemer maakt zich dan eerder zorgen over het voortbestaan van hun baan en niet zozeer de beloning. Uiteraard is het wel de vraag of dit lang houdbaar is. Zeker in onze huidige tijd zien werknemers flink stijgende lasten terwijl de lonen onder druk staan. Of er de komende tijd meer gestaakt gaat worden valt nog te bezien, maar werkgevers doen er goed aan om een vinger aan de pols te houden...
