Afbeelding
Foto: Shutterstock

Op zoek naar de maretak

Het is vlak voor kerst. Sjeng, een al wat oudere man van een jaar of 75 en wonend in een Zuid-Limburgs dorpje, sluit de deur achter zich. Via een straatje met enkele vakwerkhuizen is hij al gauw buiten de bebouwde kom en wel in de buurt van het Hoogbos. Het Hoogbos is een dicht en steil hellingbos. Zijn pad blijft steeds aan de voet van het bos en volgt zo’n beetje de contouren ervan.

Intussen geniet hij van het hem omringende heuvellandschap met hierin op veel plaatsen hoog oprijzende populieren. De meeste ervan behangen met opvallende, grote, ronde bollen.

Maretakken heten deze bolvormige verdichtingen. Het zijn altijd groene mini-struiken. Zij groeien hier op een tak of tegen de stam van een populier en wortelen dus in de bast van hun gastheer.

Welnu, deze maretakken zijn het doel van Sjengs wandeling. Met de komende feestdagen wil hij er namelijk zijn huis wat mee in kerstsfeer brengen, zoals vooral in Angelsaksische landen gebruik is. Alleen spreken ze in die landen niet van maretak maar van mistletoe. De maretak past prima bij de hulst en de kerstboom. Dit zijn namelijk ook altijd groene planten, die voor wat kleur zorgen nu de dagen op zijn kortst zijn en alles grauw en grijs is.

Alleen, aan maretakken zien te komen is makkelijker gezegd dan gedaan. De ‘boomkogels’ hangen wel heel erg hoog in de populieren. Zeg maar gerust onbereikbaar hoog.

Maar gelukkig had Jeu, evenals Sjeng al sinds mensenheugenis lid van schutterij Sint-Sebastianus, hem al enkele weken geleden een oplossing aan de hand gedaan. 'Je weet toch dat ik nog steeds die boomgaard vlak bij de Steegstraat heb. Ga daar nou eens kijken, daar heb je eerder succes dan bij die hoge Canadassen', had Jeu hem voorgehouden.

Achter de Canadassen ziet Sjeng de lucht trouwens steeds donkerder worden. En ja hoor, even later barst de bui los. De sneeuw komt door de harde wind bijna horizontaal aanzetten en zeilt gelukkig grotendeels over hem heen. Hij staat namelijk  in de diepte van een holle weg. Na niet al te lange tijd heldert de lucht uit en kan hij zijn wandeling vervolgen.

Niet veel later verschijnt er inderdaad links van hem een ouderwetse hoogstamboomgaard, de boomgaard van Jeu. De fruitbomen met hun intussen besneeuwde takken lichten prachtig op tegen de donkere lucht boven het Hoogbos. Tussen de stammen lopen een aantal runderen. Veel voedsel zullen ze in de sneeuw niet vinden, maar er staan gelukkig enkele voedertroggen. En jawel, Jeu had het bij het rechte eind: In de fruitbomen bevinden zich inderdaad ook maretakken, dat wil zeggen wel in de appel-, maar niet in de perenbomen. De maretak heeft blijkbaar zo zijn voorkeuren.

Via een hek loopt Sjeng de boomgaard binnen en banjert hier enige tijd tussen de stammen door.

Hij bemonstert vervolgens verschillende van de appelbomen en kiest er daarna een uit. De maretakken hierin zijn goudgeel en voorzien van talrijke witte en geelachtige bessen. Sjeng loopt naar het schuurtje in een hoek van het weiland en hierin vindt hij een ladder te midden van balen hooi en zakken met veevoer.

Even later plant hij de ladder tegen de stam en klimt de maretakken tegemoet. Het is uitkijken geblazen want de takken zijn door de sneeuwbui van daarnet erg glibberig. Intussen is het jongvee, dat hier door een boer ingeschaard is, nieuwsgierig dichterbij gekomen. Waarschijnlijk omdat ze verwachten gevoerd te zullen worden. Dat valt echter vies tegen en de dieren krijgen weer meer aandacht voor elkaar. Ze dagen elkaar uit door met hun koppen in elkaars flanken te stoten. Het zijn meer schijngevechten dan dat het werkelijk iets voorstelt, maar het wordt wel steeds wilder. Het duurt net zo lang totdat een van de dieren vol tegen de ladder geduwd wordt. Deze klettert daardoor schuin langs de stam naar beneden. De dieren schrikken hiervan en spurten met opgeheven staart verderop het weiland in.

Sjeng ziet het boven in de appelboom allemaal met lede ogen gebeuren. Het vinden van maretakken is nu niet meer het probleem, maar het heelhuids uit de boom komen juist wel. In zijn jonge jaren zou hij zich moeiteloos langs de stam naar beneden hebben laten schuiven. Nu schrikt hij daar toch voor terug.

Dan realiseert hij zich opeens dat hij zijn mobieltje bij zich heeft. Niet, dat hij ooit zo'n ding had willen hebben, maar zijn dochter heeft enkele weken geleden hem er een, via Sinterklaas, in de maag gesplitst. Ze maakte zich al langer zorgen om haar vader. Dorpsgenoten vertelden haar dat ze hem vaak bij nacht en ontij en ook nog op de meest afgelegen plekken zagen rondstruinen. En dat meestal in zijn eentje. Als hem iets zou overkomen, zou niemand weten waar hij uithing. Dat het ding hem nu al van pas zou komen, had Sjeng niet verwacht.

Maar ja, zijn dochter bellen lijkt hem nou ook bepaald geen geweldig idee. Ze zou het besterven als ze hem hier in de besneeuwde appelboom zou aantreffen. Zijn dochter dus liever niet, maar wie dan wel.

Maar natuurlijk, opeens schiet hem Ernest te binnen. Haar zoon Ernest, die hem af en toe op zijn tochten vergezelt en daar duidelijk plezier aan beleeft. 'Kleinzoon Ernest, zal wel al vakantie hebben', bedenkt Sjeng. En zo wordt Ernest ingeseind om zijn opa uit de penarie te komen helpen. Alles gaat dan toch nog goed komen. Sjeng verplaatst zich behoedzaam door de appelboom en knipt hier en daar de meest veelbelovende maretakken af die hij vervolgens met een zachte plof in de sneeuw onder de boom terecht laat komen.

Een tijdje later, zijn handen beginnen pijn te doen van de kou, ziet hij vanuit zijn hoge uitkijkpost kleinzoon Ernest naderen. De jongen, al op de middelbare school zittend, is op zijn mountainbike en gaat als een razende Roeland te keer. Nu eens op het zadel zittend, dan weer op de trappers staand, komt hij aanstormen. Hij gooit zijn fiets tegen het hek en in minder dan geen tijd heeft hij de ladder weer tegen de boom geplant, waarna opa Sjeng voorzichtig afdaalt. Samen rapen ze de uit de boom gesnoeide maretakken op, waarop Sjeng langs zijn neus weg tegen Ernest zegt: 'Misschien kun je deze reddingsactie maar beter verzwijgen en zeker niet aan je moeder vertellen.' Ernest is het daar roerend mee eens.

Enkele dagen daarna, op eerste kerstdag, zijn de maretakken prominent in Sjengs huis aanwezig. Zo zeer zelfs dat als Ernest met zijn moeder langskomt om gelukkig kerstfeest te wensen laatstgenoemde zich afvraagt waar al die takken toch vandaan komen. 'Ik ben de opvolger van Guillaume Schiepers', zegt Sjeng. Zich nu tot zijn kleinzoon richtend, vertelt hij dat Guillaume Schiepers hier vroeger in de streek woonde en een beetje een legendarisch figuur was. Hij stond bekend als het maretakmannetje, want hij stak maretakken uit de bomen, waarna zijn zus ze op de markt van Luik verkocht. Hamsjkriemer werd hij ook wel genoemd, waarbij hamsj het dialect is voor maretak en kriemer voor marskramer.

'Nou dan noem ik u voortaan niet meer opa Sjeng maar opa Hamsjkriemer', zegt Ernest waarna ze alle drie hartelijk moeten lachen.

De moeder van Ernest heeft nu nog geen afdoende antwoord op haar vraag waar die maretakken nou toch vandaan komen. Ze dringt er ook niet verder meer op aan. Na enige tijd komen er nog andere familieleden langs. De dag verloopt in opperbeste stemming, in pais en vree. Dat hoort zo, en dat natuurlijk vooral met Kerstmis.

Afbeelding
Pen