Afbeelding
Foto:

H.C. ten Berge treft tere snaren in idylle van tuin Wevershuisje

Almelo - In de tuin van het Wevershuisje was de dichter H. C. ten Berge uitgenodigd om voor te dragen uit eigen werk. Het bleek een gouden greep, want de zon scheen, de tuin stond in bloei, de wijn streelde de tong en de poëzie het hart. Zo'n middag was het, de bellettrie viel in vruchtbare tuingrond. En alle appels bloosden, om het met Jan Engelman te zeggen.,

Voor een intermezzo trad de zichzelf als serenadezanger afficherende Charles Mol uit een verloren eeuw naar voren; hij zong gepassioneerd onder meer Duitse en Italiaanse liederen, waar zijn gevoel in zijn expressie tot uiting kwam.

Ten Berge bleek een begenadigd lezer van zijn eigen werk. Dichten is voor hem tasten en pellen. Hij schreef wegens zijn fascinatie voor natuurvolken over onder meer de Eskimo's en de Azteken. Ten Berge, die in 1964 debuteerde met de bundel Poolsneeuw, ontving elf jaar geleden de P.C. Hooft-prijs voor zijn oeuvre. Aan deze literaire staatsprijs is een bedrag van 57.000 euro verbonden. Hij is behalve dichter óók vertaler (van het werk van Ezra Pound) prozaïst en essayist.

Vaker

Een select publiek genoot in de idyllische binnentuin van het historische Wevershuisje van zowel proza als proza. De bedoeling van de organisatie is om met meer van dit soort literaire bijeenkomsten de Schone Letteren en de Heerlijckheid Almelo, inzonderheid het Wevershuisje, ingeklemd tussen Götte en Kerkengang, in één der oudste stukjes stadscentrum, onder de aandacht te brengen.